Het gaat niet zo heel goed op de Chinese automarkt. Sterker nog, het gaat er zo slecht dat Europese merken zich terugtrekken, Chinese merken hun heil zoeken buiten de eigen grenzen en er amper nog een cent verdient wordt. Toch denkt Mercedes dat Chinese autobouwers het goede voorbeeld geven van hoe het allemaal zou moeten gaan.

Terwijl Europa wordt overladen met dezelfde Chinese auto's van verschillende merken, zitten Europese autobouwers met de handen in het haar. De uitvlucht naar China die jaren geleden nog bakken met geld opbracht, kost nu zoveel geld dat het de Europese werkzaamheden niet meer kan subsidiëren. Er moet dus weer aan getrokken worden op het eigen continent. Dat betekent nieuwe modellen die inspelen op klantwensen, maar tegelijk ook marges opleveren. En daarvoor moeten we volgens Mercedes vooral naar China kijken.

China doet het beter

Je zou zeggen dat de Europese automerken de weg naar de klant op eigen kracht al heeft gevonden met goed uitziende, goedkopere EV's en zoemmobielen met hoge laadsnelheden en enorme actieradiussen. Toch kunnen de Chinezen dat beter, stelt Jorg Burzer, technisch directeur van Mercedes-Benz. "Wat duidelijk opvalt is de snelheid waarmee er wordt ontwikkeld op een manier waarbij de klant echt… in termen van klantgerichtheid", zegt hij. "De kostenposities zijn interessant, maar deze nauwe band met de klanten en ook met het Chinese ecosysteem is een van de onderwerpen die echt opvallen."

Opmerkelijke uitspraken, aangezien juist deze punten het hele onderliggende probleem zijn van de problemen op de Chinese markt. De prijsstellingen van de auto's zijn inderdaad interessant, maar vooral omdat merken elkaar op elke stap proberen te ondermijnen. Dat gaat zover dat er zelfs gekozen wordt om auto's maar met verliezen te verkopen om de productie op gang te houden en geen marktaandeel te verliezen.

Sneller op de klant inspelen

Daarnaast is het inspelen op de klant met hoge snelheid iets waar de Chinese overheid zich zoveel zorgen om maakt, dat het zich genoodzaakt voelde om in te grijpen. Het idee is dat de veiligheid van de auto's door de hoge ontwikkelsnelheid in het beding raakt. Daardoor worden er nu onaangekondingde controles uitgevoerd om te zien of fabrikanten de veiligheidseisen nog nakomen en of er voldoende getest wordt.

Ook snijden de Chinese fabrikanten zichzelf enorm in de vingers met het snelle inspelen op de wensen van de klant. Het houdt in dat er in moordend tempo nieuwe auto's op de markt worden gebracht, die niet per se net iets beter zijn dan de voorganger en de concurrentie, maar wel net een andere gimmick aanbieden die klanten trekt. Het leidt ertoe dat restwaardes instorten en klanten zoveel keuze hebben waardoor ze onder andere hun merkloyaliteit laten gaan en merken dat ze met hun geld en wens om een auto te kopen nogal wat macht hebben.

Met een beetje hulp van AI

Dat gezegd hebbende, ziet de Burzer vooral kansen. Vooral met de inzet van AI hoopt hij "ontwikkeling, productie, inkoop, verkoop en aftersales gedurende de gehele productlevenscyclus” met elkaar te verbinden. Ook ziet hij voor zich om de ontwikkelingstijd van auto's met maximaal 30 procent te te verkorten en een efficiëntiewinst van maximaal 50 procent te realiseren.

Dat is overigens niets nieuws. Veel andere Europese merken proberen hetzelfde te doen en zien ook hierin de nodige tijdswinst. Zo gaf Audi bijvoorbeeld trots aan dat de Nuvolari in iets meer dan een jaar ontwikkeld was en stelt Stellantis dat gemiddelde auto nu binnen twee jaar van de eerste tekening van de productieband kan rollen.

Volg ons ook op Google Nieuws
Stel Autoblog in als voorkeur op Google Discover